dinsdag 26 augustus 2008
Basisschool project 'Kunst en Landschap'
In Driel en Heteren heb ik, samen met enkele klasgenoten, workshops gegeven aan basisschool kinderen. In het kader van "landschap en kunst" hebben wij met de kinderen grote doeken gemaakt met daarop abstracte kunst, geinspireerd op het landschap. Dit werd overigens gemaakt met handen en voeten. Met geweldige resultaten!




maandag 19 mei 2008
Reflectie stageperiode
Sterkte/zwakte analyse±
Na aanleiding van de lessen die Frances en ik hebben gegeven en de stage die we afgelopen weken hebben meegemaakt maak ik een sterkte/zwakte analyse. Hierin kom ik ook terug op de genoemde competenties in het stageplan. Welke leerdoelen heb ik behaald? Wat heb ik geleerd? En waar ga ik me op richten in de volgende stage.
Wat ik zou kunnen:
“Interpersoonlijk competent
leiden en begeleiden
confronteren en verzoenen”
Deze delen van het interpersoonlijk competent heb ik ingevuld bij “kunnen”. Ik kan inderdaad redelijk leiden en begeleiden, hoewel er natuurlijk altijd wel íets beter kan.
Wat betreft confronteren en verzoenen, ik heb mezelf inderdaad in de strijd moeten gooien om dit te doen. Vooral wat betreft confronteren mag ik nog sneller gaan ingrijpen als er iets niet gaat zoals ik dat wil. Verzoenen ging voor mijn gevoel goed.
“Pedagogisch competent
Zo’n leraar zorgt er voor dat de leerlingen/deelnemers:
weten dat ze erbij horen, welkom zijn en gewaardeerd worden”
Bij dit competent heb ik een goed gevoel. Ik sta positief tegenover de leerlingen en volgens mij straal ik dat ook uit. Daarbij hadden Frances en ik ook tijd om een praatje te maken met de leerlingen omdat we met z’n tweeën waren.
Vakinhoudelijk en didactisch competent
motiveert de leerlingen/deelnemers voor hun leer- en werktaken, daagt hen uit om er het beste van te maken en helpt hen om ze met succes af te ronden
Ik motiveer de leerlingen en probeer ze inderdaad uit te dagen om het mooiste en beste te maken dat ze kunnen. Op het moment van schrijven is de opdracht alleen nog niet afgerond!
Competent in samenwerken met collega’s
goed met collega’s communiceert en samenwerkt
Frances, Maartje en ik hebben volgens mij prettig samengewerkt als collega’s (al klinkt dat wat vreemd). Wel vond ik het soms vervelend dat Frances weinig initiatief neemt omdat ze er niet aan denkt. Ik vond dit ook lastig om aan te kaarten, ik heb het wel gezegd maar ik kan op zo’n korte termijn niet zeggen of het is doorgedrongen. Op zich denk ik dat ik dit kan.
Wat ik wil leren:
“Interpersoonlijk competent
sturen en volgen”:
Ik merk dat ik hierin vooruit ben gegaan. Ik heb het vermogen om te improviseren op een situatie die zich voordoet onder het geven van een les. Bijvoorbeeld: Frances en ik hadden (voor ons gevoel) onze eerste les goed uitgelegd. Op het moment dat we zeiden dat de leerlingen mochten beginnen kregen we alleen een hoop protest. Er kwamen ineens erg veel vragen, en de leerlingen riepen dat ze het niet begrepen. Toen heb ik de situatie gevolgd: de klas moest nog even de aandacht erbij houden en de leerlingen met vragen moesten hun vinger opsteken. Ik was erg blij dat dit lukte!
“Pedagogisch competent
Op een respectvolle manier met elkaar omgaan en uitgedaagd worden om verantwoordelijkheid voor elkaar te nemen.”
Hoewel ik meestal vond dat de leerlingen goed met elkaar omgingen begrijp ik het verantwoordelijkheidsverhaal nog steeds niet goed. Ik kan het in ieder geval niet makkelijk in de stage passen. Misschien dat dit anders was geweest wanneer de leerlingen in groepjes hadden gewerkt.
“Organisatorisch competent
weten waar ze aan toe zijn en welke ruimte ze hebben voor eigen initiatief
weten wat ze moeten (of kunnen) doen, hoe en met welk doel ze dat moeten (of kunnen) doen”
Het is volgens mij lastig om aan de hand van zo weinig stagedagen een duidelijke uitkomst voor deze competentie te geven. Wel weet ik dat dit beter ging in de les van Maartje dan in de lessen van Marian, bij Marian wisten we vaak alleen de opdracht. Niet wat mocht, kon of goed was. Hier mag ik dus nog best aandacht aan besteden.
“Competent in reflectie en professionele ontwikkeling
Weet goed wat hij belangrijk vindt in zijn leraarschap en van welke waarden normen en onderwijskundige opvattingen hij uitgaat”
Met dit competent ga ik in de volgende stage ook verder, ik vorm wel langzaam een mening over allerlei “onderwijskundige opvattingen” maar daar ben ik nog lang niet mee klaar.
Na aanleiding van de lessen die Frances en ik hebben gegeven en de stage die we afgelopen weken hebben meegemaakt maak ik een sterkte/zwakte analyse. Hierin kom ik ook terug op de genoemde competenties in het stageplan. Welke leerdoelen heb ik behaald? Wat heb ik geleerd? En waar ga ik me op richten in de volgende stage.
Wat ik zou kunnen:
“Interpersoonlijk competent
leiden en begeleiden
confronteren en verzoenen”
Deze delen van het interpersoonlijk competent heb ik ingevuld bij “kunnen”. Ik kan inderdaad redelijk leiden en begeleiden, hoewel er natuurlijk altijd wel íets beter kan.
Wat betreft confronteren en verzoenen, ik heb mezelf inderdaad in de strijd moeten gooien om dit te doen. Vooral wat betreft confronteren mag ik nog sneller gaan ingrijpen als er iets niet gaat zoals ik dat wil. Verzoenen ging voor mijn gevoel goed.
“Pedagogisch competent
Zo’n leraar zorgt er voor dat de leerlingen/deelnemers:
weten dat ze erbij horen, welkom zijn en gewaardeerd worden”
Bij dit competent heb ik een goed gevoel. Ik sta positief tegenover de leerlingen en volgens mij straal ik dat ook uit. Daarbij hadden Frances en ik ook tijd om een praatje te maken met de leerlingen omdat we met z’n tweeën waren.
Vakinhoudelijk en didactisch competent
motiveert de leerlingen/deelnemers voor hun leer- en werktaken, daagt hen uit om er het beste van te maken en helpt hen om ze met succes af te ronden
Ik motiveer de leerlingen en probeer ze inderdaad uit te dagen om het mooiste en beste te maken dat ze kunnen. Op het moment van schrijven is de opdracht alleen nog niet afgerond!
Competent in samenwerken met collega’s
goed met collega’s communiceert en samenwerkt
Frances, Maartje en ik hebben volgens mij prettig samengewerkt als collega’s (al klinkt dat wat vreemd). Wel vond ik het soms vervelend dat Frances weinig initiatief neemt omdat ze er niet aan denkt. Ik vond dit ook lastig om aan te kaarten, ik heb het wel gezegd maar ik kan op zo’n korte termijn niet zeggen of het is doorgedrongen. Op zich denk ik dat ik dit kan.
Wat ik wil leren:
“Interpersoonlijk competent
sturen en volgen”:
Ik merk dat ik hierin vooruit ben gegaan. Ik heb het vermogen om te improviseren op een situatie die zich voordoet onder het geven van een les. Bijvoorbeeld: Frances en ik hadden (voor ons gevoel) onze eerste les goed uitgelegd. Op het moment dat we zeiden dat de leerlingen mochten beginnen kregen we alleen een hoop protest. Er kwamen ineens erg veel vragen, en de leerlingen riepen dat ze het niet begrepen. Toen heb ik de situatie gevolgd: de klas moest nog even de aandacht erbij houden en de leerlingen met vragen moesten hun vinger opsteken. Ik was erg blij dat dit lukte!
“Pedagogisch competent
Op een respectvolle manier met elkaar omgaan en uitgedaagd worden om verantwoordelijkheid voor elkaar te nemen.”
Hoewel ik meestal vond dat de leerlingen goed met elkaar omgingen begrijp ik het verantwoordelijkheidsverhaal nog steeds niet goed. Ik kan het in ieder geval niet makkelijk in de stage passen. Misschien dat dit anders was geweest wanneer de leerlingen in groepjes hadden gewerkt.
“Organisatorisch competent
weten waar ze aan toe zijn en welke ruimte ze hebben voor eigen initiatief
weten wat ze moeten (of kunnen) doen, hoe en met welk doel ze dat moeten (of kunnen) doen”
Het is volgens mij lastig om aan de hand van zo weinig stagedagen een duidelijke uitkomst voor deze competentie te geven. Wel weet ik dat dit beter ging in de les van Maartje dan in de lessen van Marian, bij Marian wisten we vaak alleen de opdracht. Niet wat mocht, kon of goed was. Hier mag ik dus nog best aandacht aan besteden.
“Competent in reflectie en professionele ontwikkeling
Weet goed wat hij belangrijk vindt in zijn leraarschap en van welke waarden normen en onderwijskundige opvattingen hij uitgaat”
Met dit competent ga ik in de volgende stage ook verder, ik vorm wel langzaam een mening over allerlei “onderwijskundige opvattingen” maar daar ben ik nog lang niet mee klaar.
dinsdag 30 oktober 2007
Ik & een lesje
Lisa en ik hebben samen een lesje gegeven over ‘compositie’. We hebben een powerpoint gemaakt en een boekje geleend van de mediatheek. Ik ben helemaal niet zenuwachtig, en probeer Lisa ook een beetje gerust te stellen.
Hoe ik het zelf vond gaan:
Ik vond dat ik erg ontspannen voor de klas stond. Hoewel het lesje nogal wat gaten bleek te bevatten (ontbreken van plaatjes) kwam ik erg goed uit de stof. Ik heb geen moeite met spreken voor een groep. Wel vind ik dat mijn improvisatievermogen nog wat beter mag worden. Toen namelijk bleek dat we een voorbeeldje nodig hadden bij “afsnijding” bedacht ik me pas achteraf dat we het natuurlijk ook op het bord hadden kunnen tekenen. Ik ga proberen de volgende keer alle mogelijkheden open te laten, dus ook het bord.
Feedback van de klas:
Ten eerste; erg jammer dat je niet weet welke feedback je van wie krijgt. Als je een positieve of negatieve reactie niet begrijpt dan moet je dat maar naast je neerleggen.
Van één van de medestudenten kreeg ik namelijk terug “lekker druk” ten eerste weet ik niet of dat goed is of niet, en ik vraag me af wat er dan precies zo druk was.
De feedback was vrij positief, behalve dan dat de les niet helemaal volledig met voorbeelden was. Dat neem ik mee naar een volgende keer.
Wat kan beter:
- Improviseren
- Voorbereiding powerpoint/voorbeeldjes
- Sterke inleiding die de aandacht pakt
- Gebruik van het bord
Hoe ik het zelf vond gaan:
Ik vond dat ik erg ontspannen voor de klas stond. Hoewel het lesje nogal wat gaten bleek te bevatten (ontbreken van plaatjes) kwam ik erg goed uit de stof. Ik heb geen moeite met spreken voor een groep. Wel vind ik dat mijn improvisatievermogen nog wat beter mag worden. Toen namelijk bleek dat we een voorbeeldje nodig hadden bij “afsnijding” bedacht ik me pas achteraf dat we het natuurlijk ook op het bord hadden kunnen tekenen. Ik ga proberen de volgende keer alle mogelijkheden open te laten, dus ook het bord.
Feedback van de klas:
Ten eerste; erg jammer dat je niet weet welke feedback je van wie krijgt. Als je een positieve of negatieve reactie niet begrijpt dan moet je dat maar naast je neerleggen.
Van één van de medestudenten kreeg ik namelijk terug “lekker druk” ten eerste weet ik niet of dat goed is of niet, en ik vraag me af wat er dan precies zo druk was.
De feedback was vrij positief, behalve dan dat de les niet helemaal volledig met voorbeelden was. Dat neem ik mee naar een volgende keer.
Wat kan beter:
- Improviseren
- Voorbereiding powerpoint/voorbeeldjes
- Sterke inleiding die de aandacht pakt
- Gebruik van het bord
maandag 29 oktober 2007
Afkortingen
IPD= Instituut Practicum Docent van artez. (Ik geloof dat dat) Bert Velthuis is, docent didactiek bij mij.De ipd komt 1 keer langs op school om te kijken hoe het gaat.
SPD= School Practicum Docent (docent beeldende vakken, stage begeleider) dat zal voor mij en Frances Maartje van Beerendonck zijn. Maandag 5 november hebben we onze eerste kennismaking op het Mondriaan college te Oss.
ABI= Algemeen Begeleider van het Instituut, Bert Velthuis??
ABS= Algemeen Begeleider van de School (waar je stage loopt) Henk van Straaten??
SPD= School Practicum Docent (docent beeldende vakken, stage begeleider) dat zal voor mij en Frances Maartje van Beerendonck zijn. Maandag 5 november hebben we onze eerste kennismaking op het Mondriaan college te Oss.
ABI= Algemeen Begeleider van het Instituut, Bert Velthuis??
ABS= Algemeen Begeleider van de School (waar je stage loopt) Henk van Straaten??
Stage
Samen met Frances Zoet ga ik stage lopen op het Mondriaan college in Oss. 9 weken lang zijn we elke maandag te vinden in deze school. Ik heb er al erg veel zin in.
De link van onze stage school vind je hiernaast onder “links”.
Op de stage gaan we kennismaken met het schoolsysteem en hoe het er aan toe gaat op het college. Verder mogen we alvast oefenen met het geven van lesjes en veel informatie inwinnen die ons van pas zal komen bij een volgende stage.
De link van onze stage school vind je hiernaast onder “links”.
Op de stage gaan we kennismaken met het schoolsysteem en hoe het er aan toe gaat op het college. Verder mogen we alvast oefenen met het geven van lesjes en veel informatie inwinnen die ons van pas zal komen bij een volgende stage.
Ik & docent
Waarom lijkt het me leuk om docent te worden?
Het lijkt me erg leuk om les te geven aan jonge mensen, en om mensen enthousiast te maken voor iets wat je zelf ook erg leuk vind. Verder spreekt het middelbaar onderwijs me erg aan.
Verder heb ik voor dit vak gekozen omdat de kinderen echt iets moeten dóen. Dat vind ik erg belangrijk.
Wat voor eigenschappen heb ik (volgens mij) als docent?
Ik hoop (en denk) het soort leraar te worden waarvan je weet wat je eraan hebt. Ik wil graag streng maar rechtvaardig zijn. Me zo goed mogelijk inleven in de situatie en interesse van de leerlingen zodat de lesstof zo duidelijk en interessant mogelijk is voor ze. Ik hou van duidelijk en laagdrempelig.
Wie ben ik als docent?
Moeilijk om te zeggen, maar ik denk zoals ik nu ook in elkaar steek, en zoals ik nu ook presenteer. Duidelijk, spontaan, open, misschien wel streng en zoveel mogelijk uit de leerlingen halend.
Waarom wil ik dat?
Ik wil op zoek gaan naar een prettige sfeer waarin spontaniteit in evenwicht is met striktheid. Verder duidelijkheid om de leerling houvast te geven. En uiteraard – wat misschien wel elke docent wil – zoveel mogelijk uit de leerling halen, omdat ik geloof dat er op middelbare scholen te makkelijk word gedacht over de creatieve vakken.
Hoe wil ik gaan lesgeven?
Op een activerende manier, zoals hierboven al beschreven.
Wat heb ik tot nu toe aan beeldende vakken gedaan en wat vond ik daarvan?
Ik heb CKV2 gedaan. Dit was een combinatie van handvaardigheid en tekenen. Verder ook CKV1 (meen ik) hier werd wat tijd besteed aan een cultureel bezoek en werden we oppervlakkig ingelicht over kunst.
CKV2 vond ik altijd erg leuk, we hadden leuke, praktische opdrachten waarmee je alle kanten op kon. Voor sommige medeleerlingen waren de opdrachten wel té breed aangezien veel leerlingen de eerste twee weken geen ideeën hadden. Verder vond ik de normering erg vaag, er werd sowieso nooit gezegd waarop je was beoordeeld en je kon nooit lager dan een vijf of hoger dan een 8,5 krijgen.
CKV1 vond ik een ontzettend vervelend vak. Er was geen regelmaat, er hoefde helemaal niets. Sterker nog; als je niet kwam zag de docent dat zelfs door de vingers. Het aanzien van het vak was dan ook erg laag; iedereen lachte erom. Ook de verplichte museumbezoekjes moesten worden beschreven in een verslag. Wanneer je een half A4-tje overtypte van scholieren.com was je er ook vanaf. Tenslotte hadden de lessen bijna geen inhoud.
Zonde van het vak! Want het kan zo leuk zijn!
Hoe ziet de ideale docent eruit volgens jou?
De ideale docent heeft een heleboel verschillende eigenschappen. Ik vind het erg belangrijk dat de docent open staat voor zijn leerlingen en op een prettige manier met ze om kan gaan. Let wel; dit zonder overwicht te verliezen.
Verder is de geloofwaardigheid van de docent erg belangrijk: hij moet verstand van zaken hebben en zelf ook voldoen aan de eisen die hij stelt aan zijn leerlingen.
De docent gaat met de tijd mee en blijft dicht bij de belevingswereld van de leerlingen.
Hoe word je die?
Door open te staan voor de leerling, door streng te durven zijn, en door veel ervaring op te doen kom je al een eind. Verder is het volgens mij belangrijk om open te staan voor kritiek en bewerkelijk te blijven.
En ideaal is sowieso iets onmenselijks...toch?
Wat wil ik ten aanzien van mijn beroepspraktijk in mijn portfolio?
Kleine samenvattingen van de stagedagen en verder vragen waar ik tegenaan ga lopen. Verder lijkt het me interessant om de leerlingen op de school eens te interviewen of enquêteren met vragen als “wat is de ideale leraar” zodat de afstand tussen mij en de docent beperkt blijft.
Het lijkt me erg leuk om les te geven aan jonge mensen, en om mensen enthousiast te maken voor iets wat je zelf ook erg leuk vind. Verder spreekt het middelbaar onderwijs me erg aan.
Verder heb ik voor dit vak gekozen omdat de kinderen echt iets moeten dóen. Dat vind ik erg belangrijk.
Wat voor eigenschappen heb ik (volgens mij) als docent?
Ik hoop (en denk) het soort leraar te worden waarvan je weet wat je eraan hebt. Ik wil graag streng maar rechtvaardig zijn. Me zo goed mogelijk inleven in de situatie en interesse van de leerlingen zodat de lesstof zo duidelijk en interessant mogelijk is voor ze. Ik hou van duidelijk en laagdrempelig.
Wie ben ik als docent?
Moeilijk om te zeggen, maar ik denk zoals ik nu ook in elkaar steek, en zoals ik nu ook presenteer. Duidelijk, spontaan, open, misschien wel streng en zoveel mogelijk uit de leerlingen halend.
Waarom wil ik dat?
Ik wil op zoek gaan naar een prettige sfeer waarin spontaniteit in evenwicht is met striktheid. Verder duidelijkheid om de leerling houvast te geven. En uiteraard – wat misschien wel elke docent wil – zoveel mogelijk uit de leerling halen, omdat ik geloof dat er op middelbare scholen te makkelijk word gedacht over de creatieve vakken.
Hoe wil ik gaan lesgeven?
Op een activerende manier, zoals hierboven al beschreven.
Wat heb ik tot nu toe aan beeldende vakken gedaan en wat vond ik daarvan?
Ik heb CKV2 gedaan. Dit was een combinatie van handvaardigheid en tekenen. Verder ook CKV1 (meen ik) hier werd wat tijd besteed aan een cultureel bezoek en werden we oppervlakkig ingelicht over kunst.
CKV2 vond ik altijd erg leuk, we hadden leuke, praktische opdrachten waarmee je alle kanten op kon. Voor sommige medeleerlingen waren de opdrachten wel té breed aangezien veel leerlingen de eerste twee weken geen ideeën hadden. Verder vond ik de normering erg vaag, er werd sowieso nooit gezegd waarop je was beoordeeld en je kon nooit lager dan een vijf of hoger dan een 8,5 krijgen.
CKV1 vond ik een ontzettend vervelend vak. Er was geen regelmaat, er hoefde helemaal niets. Sterker nog; als je niet kwam zag de docent dat zelfs door de vingers. Het aanzien van het vak was dan ook erg laag; iedereen lachte erom. Ook de verplichte museumbezoekjes moesten worden beschreven in een verslag. Wanneer je een half A4-tje overtypte van scholieren.com was je er ook vanaf. Tenslotte hadden de lessen bijna geen inhoud.
Zonde van het vak! Want het kan zo leuk zijn!
Hoe ziet de ideale docent eruit volgens jou?
De ideale docent heeft een heleboel verschillende eigenschappen. Ik vind het erg belangrijk dat de docent open staat voor zijn leerlingen en op een prettige manier met ze om kan gaan. Let wel; dit zonder overwicht te verliezen.
Verder is de geloofwaardigheid van de docent erg belangrijk: hij moet verstand van zaken hebben en zelf ook voldoen aan de eisen die hij stelt aan zijn leerlingen.
De docent gaat met de tijd mee en blijft dicht bij de belevingswereld van de leerlingen.
Hoe word je die?
Door open te staan voor de leerling, door streng te durven zijn, en door veel ervaring op te doen kom je al een eind. Verder is het volgens mij belangrijk om open te staan voor kritiek en bewerkelijk te blijven.
En ideaal is sowieso iets onmenselijks...toch?
Wat wil ik ten aanzien van mijn beroepspraktijk in mijn portfolio?
Kleine samenvattingen van de stagedagen en verder vragen waar ik tegenaan ga lopen. Verder lijkt het me interessant om de leerlingen op de school eens te interviewen of enquêteren met vragen als “wat is de ideale leraar” zodat de afstand tussen mij en de docent beperkt blijft.
Abonneren op:
Reacties (Atom)