maandag 19 mei 2008

Reflectie stageperiode

Sterkte/zwakte analyse±

Na aanleiding van de lessen die Frances en ik hebben gegeven en de stage die we afgelopen weken hebben meegemaakt maak ik een sterkte/zwakte analyse. Hierin kom ik ook terug op de genoemde competenties in het stageplan. Welke leerdoelen heb ik behaald? Wat heb ik geleerd? En waar ga ik me op richten in de volgende stage.

Wat ik zou kunnen:

“Interpersoonlijk competent
leiden en begeleiden
confronteren en verzoenen”

Deze delen van het interpersoonlijk competent heb ik ingevuld bij “kunnen”. Ik kan inderdaad redelijk leiden en begeleiden, hoewel er natuurlijk altijd wel íets beter kan.
Wat betreft confronteren en verzoenen, ik heb mezelf inderdaad in de strijd moeten gooien om dit te doen. Vooral wat betreft confronteren mag ik nog sneller gaan ingrijpen als er iets niet gaat zoals ik dat wil. Verzoenen ging voor mijn gevoel goed.

“Pedagogisch competent
Zo’n leraar zorgt er voor dat de leerlingen/deelnemers:
weten dat ze erbij horen, welkom zijn en gewaardeerd worden”

Bij dit competent heb ik een goed gevoel. Ik sta positief tegenover de leerlingen en volgens mij straal ik dat ook uit. Daarbij hadden Frances en ik ook tijd om een praatje te maken met de leerlingen omdat we met z’n tweeën waren.

Vakinhoudelijk en didactisch competent
motiveert de leerlingen/deelnemers voor hun leer- en werktaken, daagt hen uit om er het beste van te maken en helpt hen om ze met succes af te ronden

Ik motiveer de leerlingen en probeer ze inderdaad uit te dagen om het mooiste en beste te maken dat ze kunnen. Op het moment van schrijven is de opdracht alleen nog niet afgerond!

Competent in samenwerken met collega’s
goed met collega’s communiceert en samenwerkt

Frances, Maartje en ik hebben volgens mij prettig samengewerkt als collega’s (al klinkt dat wat vreemd). Wel vond ik het soms vervelend dat Frances weinig initiatief neemt omdat ze er niet aan denkt. Ik vond dit ook lastig om aan te kaarten, ik heb het wel gezegd maar ik kan op zo’n korte termijn niet zeggen of het is doorgedrongen. Op zich denk ik dat ik dit kan.

Wat ik wil leren:

“Interpersoonlijk competent
sturen en volgen”:

Ik merk dat ik hierin vooruit ben gegaan. Ik heb het vermogen om te improviseren op een situatie die zich voordoet onder het geven van een les. Bijvoorbeeld: Frances en ik hadden (voor ons gevoel) onze eerste les goed uitgelegd. Op het moment dat we zeiden dat de leerlingen mochten beginnen kregen we alleen een hoop protest. Er kwamen ineens erg veel vragen, en de leerlingen riepen dat ze het niet begrepen. Toen heb ik de situatie gevolgd: de klas moest nog even de aandacht erbij houden en de leerlingen met vragen moesten hun vinger opsteken. Ik was erg blij dat dit lukte!
“Pedagogisch competent
Op een respectvolle manier met elkaar omgaan en uitgedaagd worden om verantwoordelijkheid voor elkaar te nemen.”

Hoewel ik meestal vond dat de leerlingen goed met elkaar omgingen begrijp ik het verantwoordelijkheidsverhaal nog steeds niet goed. Ik kan het in ieder geval niet makkelijk in de stage passen. Misschien dat dit anders was geweest wanneer de leerlingen in groepjes hadden gewerkt.

“Organisatorisch competent
weten waar ze aan toe zijn en welke ruimte ze hebben voor eigen initiatief
weten wat ze moeten (of kunnen) doen, hoe en met welk doel ze dat moeten (of kunnen) doen”

Het is volgens mij lastig om aan de hand van zo weinig stagedagen een duidelijke uitkomst voor deze competentie te geven. Wel weet ik dat dit beter ging in de les van Maartje dan in de lessen van Marian, bij Marian wisten we vaak alleen de opdracht. Niet wat mocht, kon of goed was. Hier mag ik dus nog best aandacht aan besteden.

“Competent in reflectie en professionele ontwikkeling
Weet goed wat hij belangrijk vindt in zijn leraarschap en van welke waarden normen en onderwijskundige opvattingen hij uitgaat”

Met dit competent ga ik in de volgende stage ook verder, ik vorm wel langzaam een mening over allerlei “onderwijskundige opvattingen” maar daar ben ik nog lang niet mee klaar.